ECLI:NL:RVS:2015:2757
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W. Sorgdrager
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond verklaard tegen toepassing spoedeisende bestuursdwang voor verkeerd aangeboden huishoudelijk afval
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 13 februari 2015 spoedeisende bestuursdwang toegepast vanwege het aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010. Dit betrof het verwijderen van een doos die naast een aangewezen inzamelvoorziening was geplaatst. Het college legde een deel van de kosten van bestuursdwang (€126,00) bij appellant neer.
Appellant stelde dat zij de afvalstoffen niet verkeerd had aangeboden, dat de inzamelvoorziening vol was en dat zij de doos plat had gemaakt om te voorkomen dat deze eruit viel. Ook voerde zij aan dat het college onduidelijkheid schept over het gebruik van volzittende inzamelvoorzieningen en dat handhaving selectief is, gezien het uitblijven van handhaving bij hondenuitwerpselen en glasscherven.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het college mocht aannemen dat appellant de overtreder was, aangezien de doos van haar afkomstig was en zij niet aannemelijk had gemaakt dat zij niet de overtreding had begaan. Het feit dat de doos deels uit de inzamelvoorziening stak, maakte dat zij de situatie had gecreëerd waarin de overtreding plaatsvond. De bezwaren van appellant boden geen grond voor vernietiging van het besluit. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot toepassing van spoedeisende bestuursdwang wegens verkeerd aanbieden van huishoudelijk afval wordt ongegrond verklaard.