ECLI:NL:RVS:2015:2741
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering kinderopvangtoeslag wegens niet gedragen kosten
De zaak betreft het hoger beroep van een belanghebbende tegen de terugvordering van voorschotten kinderopvangtoeslag over 2008 en 2009 door de Belastingdienst/Toeslagen. De Belastingdienst stelde de toeslag op nihil omdat de belanghebbende geen daadwerkelijke kosten van kinderopvang had gemaakt. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en dit werd in hoger beroep bevestigd.
De belanghebbende voerde aan dat zij de gastouder en het gastouderbureau had betaald en dat de zogenoemde eigen bijdrage door de gastouder aan haar was geschonken, waardoor zij meende toch recht te hebben op toeslag. De Afdeling oordeelde dat de wet vereist dat de kosten daadwerkelijk door de ouder moeten zijn gedragen om aanspraak te maken op toeslag. Het feit dat een deel van de kosten werd geschonken, sluit toeslag uit.
Verder stelde de belanghebbende dat een belangenafweging had moeten plaatsvinden omdat de terugvordering haar onder het sociale minimum zou brengen. De Afdeling wees dit af omdat artikel 26 Awir Pro een terugvordering voorschrijft zonder ruimte voor matiging of hardheidsclausule. De belanghebbende kan wel een betalingsregeling aanvragen. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de kinderopvangtoeslag bevestigd.