ECLI:NL:RVS:2015:2737
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- N. Verheij
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen weigering verblijfsdocument en ongewenstverklaring gemeenschapsonderdaan
De staatssecretaris wees de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsdocument als gemeenschapsonderdaan af en verklaarde hem ongewenst. De rechtbank oordeelde echter dat deze besluiten onrechtmatig waren en gaf de vreemdeling gelijk, waardoor het document moest worden verstrekt.
De staatssecretaris ging in hoger beroep en stelde dat het beroep tegen de bezwaarbeslissing niet-ontvankelijk was zolang de vreemdeling ongewenst was verklaard, en dat de rechtbank ten onrechte aanvullende redenen verlangde om de actuele bedreiging aan te tonen.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de vreemdeling inderdaad geen belang had bij het bezwaar zolang de ongewenstverklaring voortduurde en dat de rechtbank onjuist had geoordeeld over de noodzaak van aanvullende redenen vanwege toepassing van artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag.
Daarom vernietigde de Afdeling het vonnis van de rechtbank, verklaarde het beroep tegen de ongewenstverklaring ongegrond en het beroep tegen de bezwaarbeslissing niet-ontvankelijk. Tevens oordeelde de Afdeling dat de staatssecretaris het belang van de openbare orde zwaarder mocht laten wegen dan het gezinsleven van de vreemdeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de bezwaarbeslissing is niet-ontvankelijk en het beroep tegen de ongewenstverklaring ongegrond verklaard.