ECLI:NL:RVS:2015:2693
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling reistijdvergoeding volgens gestandaardiseerde reismethode in rechtsbijstand
De raad voor rechtsbijstand kende aan wederpartij een vergoeding toe voor verleende rechtsbijstand, maar weigerde een reistijdvergoeding toe te kennen omdat de berekende reisafstand minder dan 60 km bedroeg. De rechtbank Gelderland oordeelde dat de raad ten onrechte uitging van twee keer dezelfde afstand voor heen- en terugreis en dat de werkelijke route langer was dan 60 km, waardoor een reistijdvergoeding toekwam.
De raad stelde hoger beroep in en voerde aan dat het beleid een gestandaardiseerde berekeningswijze voorschrijft waarbij de snelste route van het kantooradres naar het bezoekadres wordt vermenigvuldigd met twee, ongeacht de werkelijke gereden kilometers. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat deze uitleg niet onjuist is en niet in strijd met het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000.
Wederpartij voerde aan dat de werkinstructie onevenredig nadelige gevolgen heeft en dat er een vertrouwensbasis bestaat op basis van eerdere afspraken. De Afdeling verwierp dit omdat de beleidswijziging tijdig was gecommuniceerd en de bijzondere omstandigheden onvoldoende waren om van het beleid af te wijken.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van wederpartij ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van wederpartij ongegrond.