ECLI:NL:RVS:2015:269
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- R. van der Spoel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verzoek uitzetting vreemdeling
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 18 juni 2013 het verzoek van de vreemdeling af om zijn uitzetting achterwege te laten op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Na een bezwaarprocedure verklaarde de rechtbank Den Haag het bezwaar gegrond wegens een motiveringsgebrek in het besluit van 26 juli 2013. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het Bureau Medische Advisering (BMA) onvoldoende inzicht had gegeven in zijn medische beoordeling. De Afdeling stelde dat het BMA mocht afgaan op de recente informatie van de huisarts, ondanks dat een ouder psychologisch rapport niet expliciet werd besproken. De rechtbank had onvoldoende rekening gehouden met de deskundigheid van de huisarts en het feit dat het BMA-advies zorgvuldig en inzichtelijk was opgesteld.
Verder verwierp de Afdeling het betoog van de vreemdeling dat nader onderzoek verplicht was volgens het Protocol Bureau Medische Advisering. Ook het bezwaar dat de staatssecretaris had moeten horen bij de bezwaarprocedure werd ongegrond verklaard, omdat redelijkerwijs geen andersluidend besluit te verwachten was.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, vernietigde de uitspraken van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraken van de rechtbank worden vernietigd.