ECLI:NL:RVS:2015:268
Raad van State
- Hoger beroep
- Y.E.M.A. Timmerman-Buck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering watervergunning voor plaatsing zonnepanelen op grond Wetterskip Fryslân
Op 8 januari 2013 weigerde het dagelijks bestuur van Wetterskip Fryslân een watervergunning aan appellant voor het plaatsen van zonnepanelen op grond van het waterschap. Appellant maakte bezwaar, dat op 2 juli 2013 ongegrond werd verklaard. De rechtbank Noord-Nederland verklaarde het beroep van appellant op 5 juni 2014 ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het dagelijks bestuur ten onrechte de Keur Wetterskip Fryslân 2010 toepaste, terwijl op het moment van besluitvorming de Keur 2013 van kracht was. Er was geen overgangsrechtelijke bepaling die de oude Keur van toepassing hield op aanvragen vóór 1 januari 2013. De rechtbank had dit niet onderkend, waardoor het hoger beroep gegrond werd verklaard.
De Afdeling vernietigde zowel de uitspraak van de rechtbank als het besluit op bezwaar van het dagelijks bestuur. Het beroep werd alsnog gegrond verklaard vanwege strijd met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, dat een deugdelijke motivering vereist. Het dagelijks bestuur werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
De zaak betreft de vraag of het juiste recht is toegepast bij de vergunningverlening en benadrukt het belang van actuele regelgeving bij bestuursbesluiten. De uitspraak bevestigt dat bestuursorganen verplicht zijn het geldende recht toe te passen en dat motiveringsbeginsel en zorgvuldigheid daarbij centraal staan.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard en het besluit tot weigering van de watervergunning is vernietigd.