ECLI:NL:RVS:2015:2672

Raad van State

Datum uitspraak
13 augustus 2015
Publicatiedatum
19 augustus 2015
Zaaknummer
201503517/1/V2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Rechters
  • H. Troostwijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:119 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek herziening uitspraak niet-ontvankelijkheid hoger beroep vreemdeling

De vreemdeling verzocht de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om herziening van de uitspraak van 23 april 2015, waarin zijn hoger beroep tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter niet-ontvankelijk werd verklaard.

De Afdeling overwoog dat herziening slechts mogelijk is op grond van nieuwe feiten of omstandigheden zoals omschreven in artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. De vreemdeling stelde dat indien zijn eerdere aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd was ingewilligd, de ingangsdatum van zijn verleende asielvergunning zesentwintig maanden eerder zou zijn geweest.

De Afdeling oordeelde dat dit betoog niet kwalificeert als een nieuw feit of omstandigheid en dat het verzoek derhalve kennelijk ongegrond is. Het verzoek tot herziening werd daarom afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de uitspraak wordt afgewezen wegens gebrek aan nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

201503517/1/V2.
Datum uitspraak: 13 augustus 2015
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht; hierna de Awb) op het verzoek van:
[de vreemdeling],
verzoeker,
om herziening van de uitspraak van de Afdeling van 23 april 2015 in zaak nr. 201401036/1/V2.
Procesverloop
Bij brief van 29 april 2015 heeft de vreemdeling de Afdeling verzocht de uitspraak van 23 april 2015 in zaak nr. 201401036/1/V2, waarbij het hoger beroep van de vreemdeling tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 15 januari 2014 niet-ontvankelijk is verklaard, te herzien. Deze brief en een afschrift van de uitspraak van 23 april 2015 zijn aangehecht.
Overwegingen
1. Met de uitspraak van 23 april 2015 heeft de Afdeling op het hoger beroep beslist. Een onherroepelijk geworden uitspraak kan worden herzien op grond van de in artikel 8:119, eerste lid, van de Awb nader omschreven feiten en omstandigheden. Het bijzondere rechtsmiddel herziening dient er niet toe om het geschil waarover bij uitspraak is beslist, naar aanleiding van die uitspraak opnieuw aan de rechter voor te leggen.
1.1. In zijn verzoek om herziening stelt de vreemdeling dat, als zijn eerdere aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van 23 januari 2013 zou worden ingewilligd, de ingangsdatum van de hem intussen verleende asielvergunning zesentwintig maanden eerder zou geweest. De verwijzing door de Afdeling naar haar uitspraak van 10 juli 2012 in zaak nr. 201112787/1/V1, is dan ook niet juist, aldus de vreemdeling.
1.2. Dit betoog valt niet aan te merken als een feit of omstandigheid, als hiervoor bedoeld.
2. Het verzoek dient als kennelijk ongegrond te worden afgewezen.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. O. van Loon, griffier.
w.g. Troostwijk w.g. Van Loon
lid van de enkelvoudige kamer griffier
Uitgesproken in het openbaar op 13 augustus 2015
238.