ECLI:NL:RVS:2015:2670
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over terrasvergunning ijssalon in Helmond
Bij besluit van 21 november 2013 verleende de burgemeester van Helmond een terrasvergunning aan een ijssalon, geldig tot 1 november 2018. Appellant maakte bezwaar tegen deze vergunning, dat door de burgemeester op 6 maart 2014 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond en vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand.
Appellant ging in hoger beroep bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek en oordeelde dat nader onderzoek niet noodzakelijk was en dat direct uitspraak kon worden gedaan. De Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven, mede gelet op het onderzoek in het proces-verbaal en de gewijzigde voorschriften omtrent toezicht tijdens openingstijden.
Appellant stelde dat de rechtbank een onjuist feitencomplex had gebruikt en dat de overlast niet adequaat was beoordeeld, onder meer door het vervallen van een verplichting tot aanwezigheid van een gecertificeerd beveiliger en door vermeende overtredingen van de terrasmaatvoering. De Raad van State verwierp deze bezwaren, omdat de overlast grotendeels verband hield met de exploitatie van de ijssalon en niet met het terras zelf, en omdat handhaving van voorschriften mogelijk is zonder intrekking van de vergunning.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; rechtsgevolgen van vernietigd besluit blijven in stand; verzoek voorlopige voorziening afgewezen.