ECLI:NL:RVS:2015:2626
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening inzake opname verblijf- en adresgegevens in basisregistratie personen
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht heeft ambtshalve gegevens uit de basisregistratie personen verwijderd die waren opgenomen naar aanleiding van een aangifte van verblijf en adres door verzoeker. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college werd afgewezen. De rechtbank bevestigde dit oordeel, waarna verzoeker hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Verzoeker verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat het college de door hem opgegeven verblijf- en adresgegevens in de basisregistratie personen zou opnemen. Dit was van belang voor zijn recht op een bijstandsuitkering krachtens de Participatiewet. De voorzieningenrechter oordeelde dat de vraag of de identiteit van verzoeker deugdelijk kan worden vastgesteld, niet geschikt is voor beantwoording in een voorlopige voorziening en dat de jurisprudentie het belang van betrouwbare en duidelijke gegevens in de basisregistratie personen onderstreept.
Gezien het feit dat verzoeker zich in Nederland van twee onderscheiden identiteiten heeft bediend en dat geen aanleiding bestond om aan te nemen dat de bodemrechter anders zal oordelen, wees de voorzieningenrechter het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter C.H.M. van Altena op 7 augustus 2015.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tot opname van verblijf- en adresgegevens in de basisregistratie personen wordt afgewezen.