ECLI:NL:RVS:2015:2622
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verlenging verblijfsvergunning en inreisverbod
De vreemdeling heeft bij besluit van 9 september 2014 een afwijzing gekregen op zijn aanvraag tot verlenging van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, intrekking van deze vergunning en een inreisverbod. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit ongegrond.
De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte het beroepschrift niet als bezwaarschrift aan de staatssecretaris heeft doorgezonden, terwijl tegen het besluit eerst bezwaar openstond. Dit betekent dat het beroep niet-ontvankelijk verklaard had moeten worden en het beroepschrift als bezwaarschrift behandeld moet worden.
De Raad van State vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Tevens veroordeelt zij de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van de vreemdeling. De overige inhoudelijke grieven behoeven geen bespreking.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroepschrift wordt als bezwaarschrift aan de staatssecretaris doorgezonden.