ECLI:NL:RVS:2015:2615
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen besluit RDW inzake kentekenregistratie voertuig
De RDW heeft op 29 september 2014 de aanvraag van wederpartij voor inschrijving en tenaamstelling van een voertuig in het kentekenregister afgewezen. Wederpartij maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 9 januari 2015 door de RDW ongegrond werd verklaard. De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep van wederpartij gegrond en vernietigde het besluit van 9 januari 2015, met de opdracht aan de RDW om een nieuw besluit te nemen.
De RDW stelde hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat zij geen uitvoering hoefde te geven aan de uitspraak van de rechtbank tijdens het hoger beroep. De RDW voerde aan dat het Engelse kentekenbewijs niet kan worden gebruikt voor voertuigidentificatie en dat niet was gebleken dat het Engelse kentekenbewijs voor hetzelfde voertuig was afgegeven.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het oordeel van de rechtbank niet op voorhand onjuist kon worden geacht en dat er geen omstandigheden waren die een voorlopige voorziening rechtvaardigden. De RDW moest een nieuw besluit nemen op het bezwaar, waarbij het Engelse kentekenbewijs meegewogen kon worden volgens artikel 6:19 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het verzoek tot voorlopige voorziening werd afgewezen en de RDW werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €980.
Uitkomst: Het verzoek van de RDW om een voorlopige voorziening werd afgewezen en zij werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.