ECLI:NL:RVS:2015:2614
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen beslissing RDW inzake kentekenbewijs voertuig
De RDW had op 27 augustus 2014 de aanvraag voor inschrijving en tenaamstelling van een voertuig in het kentekenregister geweigerd. Na bezwaar verklaarde de RDW dit bezwaar ongegrond. De rechtbank Den Haag oordeelde op 25 juni 2015 dat de RDW het besluit moest herroepen en een Nederlands kentekenbewijs moest verstrekken, waarna de RDW hoger beroep instelde.
De RDW verzocht de voorzieningenrechter van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen zodat zij niet aan de uitspraak van de rechtbank hoefde te voldoen zolang het hoger beroep loopt. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 30 juli 2015.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het Belgisch kentekenbewijs als identificatiemiddel voor het voertuig kan dienen conform Richtlijn 1999/37/EG. Er waren geen omstandigheden die een voorlopige voorziening rechtvaardigden. Daarom werd het verzoek van de RDW afgewezen. De zaak zal inhoudelijk worden behandeld in het hoger beroep, waarbij het besluit van de RDW betrokken zal worden.
Uitkomst: Het verzoek van de RDW om een voorlopige voorziening te treffen wordt afgewezen.