ECLI:NL:RVS:2015:2603
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplan Kweldamweg 8-10 wegens strijd met Verordening ruimte inzake intensieve veehouderij
De raad van de gemeente Sliedrecht stelde op 28 oktober 2014 het bestemmingsplan "Kweldamweg 8-10" vast, dat onder meer de uitbreiding van een paardenfokkerij en het houden van maximaal 400 kippen mogelijk maakt. Appellant, wonende naast het plangebied en exploitant van een zuivelproductiebedrijf, stelde beroep in tegen dit besluit.
Appellant betoogde dat het plan strijdig is met de Verordening ruimte 2014 van de provincie Zuid-Holland, omdat het houden van 400 kippen neerkomt op een intensieve veehouderij, die volgens de verordening verboden is. De raad en initiatiefnemer stelden dat de kippen met vrije uitloop worden gehouden en dit niet als intensieve veehouderij kwalificeert. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het plan het houden van kippen als intensieve veehouderij niet uitsluit en daarmee strijdig is met de Verordening ruimte.
Verder voerde appellant aan dat de uitbreiding van het bouwvlak niet noodzakelijk is voor een volwaardig agrarisch bedrijf en dat de onafhankelijkheid van de IAAC, die de noodzaak adviseerde, twijfelachtig is. De Afdeling vond dat de raad zich redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat het bedrijf volwaardig is en de uitbreiding noodzakelijk en doelmatig.
Ook stelde appellant dat onvoldoende rekening is gehouden met risico's van vogelgriep voor zijn zuivelproductie. De Afdeling oordeelde dat de raad voldoende belangen heeft afgewogen en dat het risico geen reden is om het plan te weigeren.
De Afdeling verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestemmingsplan voor zover het het houden van kippen als intensieve veehouderij niet uitsluit, en droeg de raad op dit te wijzigen binnen zestien weken. Tevens werd de raad veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het bestemmingsplan wordt vernietigd voor zover het het houden van kippen als intensieve veehouderij niet uitsluit en de raad wordt opgedragen dit te wijzigen.