ECLI:NL:RVS:2015:2584
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- N. Verheij
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluit wegens onjuiste kwalificatie werkgever Wet arbeid vreemdelingen
Appellante kreeg een boete van €56.000 opgelegd wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), omdat zij vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning zou hebben laten werken. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Appellante stelde dat zij slechts als agent handelde en niet als werkgever kon worden aangemerkt.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de enkele omstandigheid dat appellante als agent een dienst ontving onvoldoende is om haar als werkgever in de zin van de Wav aan te merken. De minister had onvoldoende gemotiveerd waarom appellante als werkgever moest worden beschouwd, ondanks haar professionele status en vermeende invloed op de uitvoering van werkzaamheden.
De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank voor zover deze de rechtsgevolgen in stand liet, herroept het boetebesluit en veroordeelt de minister tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Hiermee wordt de boete definitief ingetrokken.
Uitkomst: Het boetebesluit wordt vernietigd omdat appellante niet als werkgever in de zin van de Wet arbeid vreemdelingen kan worden aangemerkt.