ECLI:NL:RVS:2015:2574

Raad van State

Datum uitspraak
12 augustus 2015
Publicatiedatum
12 augustus 2015
Zaaknummer
201501921/1/R6
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • Th.C. van Sloten
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:1 AwbArt. 8:6 AwbArt. 2 bijlage 2 AwbArt. 1:2 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen vaststelling bestemmingsplan Westewagenstraat 62-80

Bij besluit van 18 december 2014 stelde de raad van de gemeente Rotterdam het bestemmingsplan Westewagenstraat 62-80 vast, dat voorziet in de herontwikkeling van gronden in het centrum van Rotterdam.

Appellanten, wonend te Rotterdam, stelden beroep in tegen dit besluit. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde de zaak op 29 juli 2015. De Afdeling beoordeelde of appellanten belanghebbende waren in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Appellant sub 1 woont circa 1,8 kilometer van het plangebied en heeft geen zicht op het gebied. Gelet op de afstand en de aard van de ruimtelijke ontwikkelingen oordeelde de Afdeling dat er geen rechtstreeks belang is. Appellant sub 2 is bestuurder en aandeelhouder van de huurder van het café binnen het plangebied, maar heeft slechts een afgeleid belang. Ook zijn vermelding als exploitant in een exploitatievergunning leidt niet tot een rechtstreeks belang.

De Afdeling verklaarde de beroepen van beide appellanten niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een rechtstreeks belang. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.

Uitkomst: De beroepen tegen het bestemmingsplan zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een rechtstreeks belang.

Uitspraak

201501921/1/R6.
Datum uitspraak: 12 augustus 2015
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
1. [appellant sub 1], wonend te Rotterdam,
2. [appellant sub 2], wonend te Rotterdam,
appellanten,
en
de raad van de gemeente Rotterdam,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 18 december 2014 heeft de raad het bestemmingsplan "Westewagenstraat 62-80" vastgesteld.
Tegen dit besluit hebben [appellant sub 1] en [appellant sub 2] beroep ingesteld.
De raad heeft een verweerschrift ingediend.
[appellant sub 1] en [appellant sub 2] hebben nadere stukken ingediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 29 juli 2015, waar [appellant sub 2], bijgestaan door mr. J.C. Herrewijnen, advocaat te Rotterdam, en de raad, vertegenwoordigd door mr. L. van der Meulen, advocaat te Den Haag, zijn verschenen. Tevens is ter zitting gehoord de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid WWS Rotterdam B.V., vertegenwoordigd door mr. S.G. Tichelaar, advocaat te Rotterdam.
Overwegingen
1. Het plan voorziet in de herontwikkeling van gronden in het centrum van Rotterdam.
2. Ingevolge artikel 8:1 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), in samenhang gelezen met artikel 8:6 van Pro de Awb en artikel 2 van Pro bijlage 2 bij de Awb, kan een belanghebbende tegen een besluit omtrent vaststelling van een bestemmingsplan beroep instellen.
Ingevolge artikel 1:2 wordt Pro onder belanghebbende verstaan degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.
3. [appellant sub 1] woont op een afstand van ongeveer 1,8 km van het plangebied. Niet is gebleken dat [appellant sub 1] vanuit haar woning daar zicht op heeft. Mede gelet op de aard en omvang van de ruimtelijke ontwikkelingen die binnen het plangebied mogelijk worden gemaakt is deze afstand naar het oordeel van de Afdeling te groot om een rechtstreeks bij het bestreden besluit betrokken belang te kunnen aannemen.
Voorts heeft [appellant sub 1] geen feiten of omstandigheden aangevoerd in verband waarmee zou moeten worden geoordeeld dat ondanks deze afstand een objectief en persoonlijk belang van haar rechtstreeks door het besluit zou worden geraakt.
De conclusie is dat [appellant sub 1] geen belanghebbende is bij het bestreden besluit en dat zij daartegen geen beroep kan instellen. Het beroep van [appellant sub 1] is niet-ontvankelijk.
4. [appellant sub 2] richt zich in beroep tegen de planregeling voor het perceel Westewagenstraat 62, waar café de Spiegel is gevestigd. Naar het oordeel van de Afdeling is het belang van [appellant sub 2] hierbij niet rechtstreeks betrokken. Niet in geschil is namelijk dat de besloten vennootschap Spiegel Rotterdam B.V. de huurder van het café is. [appellant sub 2] is van deze vennootschap een van de bestuurders en - via een andere vennootschap - een van de aandeelhouders. [appellant sub 2] heeft als zodanig slechts een afgeleid belang (vergelijk onder meer de uitspraak van de Afdeling van 5 maart 2014 in zaak nr. 201302029/1/R1). Ook uit de omstandigheid dat [appellant sub 2], zoals hij heeft gesteld, als exploitant is vermeld in de exploitatievergunning voor de horeca-inrichting Spiegel Rotterdam B.V. vloeit geen rechtstreeks bij het plan betrokken belang voort.
De conclusie is dat [appellant sub 2] geen belanghebbende is bij het bestreden besluit en dat hij daartegen geen beroep kan instellen. Het beroep van [appellant sub 2] is niet-ontvankelijk.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. Th.C. van Sloten, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.R. Jacobs, griffier.
w.g. Van Sloten w.g. Jacobs
lid van de enkelvoudige kamer griffier
Uitgesproken in het openbaar op 12 augustus 2015
717.