ECLI:NL:RVS:2015:257
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vaststelling duur inreisverbod bij meerdere vrijheidsstraffen volgens Vreemdelingenwet
De staatssecretaris vaardigde op 21 mei 2013 een inreisverbod uit tegen de vreemdeling, gebaseerd op eerdere gevangenisstraffen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, stellende dat slechts één afzonderlijke straf van zes maanden of langer aanleiding kan zijn voor een vijfjarig inreisverbod. De staatssecretaris ging hiertegen in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat artikel 6.5a, vierde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 niet uitsluit dat meerdere vrijheidsstraffen bij elkaar worden opgeteld voor de duur van het inreisverbod. Dit sluit aan bij artikel 11, tweede lid, van de Terugkeerrichtlijn, die bepaalt dat de duur van het inreisverbod wordt bepaald aan de hand van alle relevante omstandigheden van het individuele geval.
De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. De staatssecretaris had het besluit voldoende gemotiveerd, onder meer door de ernst van de gepleegde misdrijven en de omstandigheden rond het gezinsleven en de medische situatie van de vreemdeling mee te wegen. Er was geen aanleiding om af te zien van het inreisverbod of de duur ervan te verkorten.
De uitspraak bevestigt dat bij meerdere vrijheidsstraffen de duur van het inreisverbod cumulatief kan worden vastgesteld, en benadrukt het belang van een zorgvuldige belangenafweging door het bestuursorgaan.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het inreisverbod van vijf jaar blijft van kracht.