ECLI:NL:RVS:2015:2558
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bouwvergunning voor verbouwing Thomashuis ondanks bezwaren en eerdere vernietigingen
Het college van burgemeester en wethouders van Lingewaard verleende op 17 juni 2009 een bouwvergunning aan de stichting Vestia Midden Nederland voor de verbouwing van een boerderij tot Thomashuis op het perceel Koffiemolen 3/3a te Doornenburg. Appellant, exploitant van een nabijgelegen fruitteeltbedrijf, maakte bezwaar tegen deze vergunning. Diverse besluiten en uitspraken volgden, waarbij onder meer het projectbesluit van 29 maart 2012 werd vernietigd wegens onvoldoende ruimtelijke onderbouwing.
Het college verbeterde de motivering van het oorspronkelijke besluit en handhaafde dit op 15 april 2014. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, wat appellant aanvocht in hoger beroep bij de Raad van State. Appellant stelde dat het besluit van 15 april 2014 het eerder vernietigde projectbesluit deed herleven en dat de vergunning niet rechtsgeldig was vanwege de volgorde van besluitvorming en het ontbreken van een nieuwe aanvraag.
De Raad van State oordeelde dat het besluit van 15 april 2014 gebaseerd was op het inmiddels geldende bestemmingsplan "Buitengebied Lingewaard" en niet op het vernietigde projectbesluit. De vergunning was heroverwogen en voorzien van een verbeterde motivering. Het feit dat het bestemmingsplan ten tijde van het besluit nog niet onherroepelijk was, stond de toetsing aan dat plan niet in de weg. De Raad verwierp de bezwaren van appellant en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, waarmee het hoger beroep ongegrond werd verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.