ECLI:NL:RVS:2015:255
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van huisverbod en afwijzing schadevergoeding na verlenging
De burgemeester legde aan appellant een tijdelijk huisverbod op van tien dagen, dat vervolgens werd verlengd met achttien dagen. Appellant stelde beroep in tegen het eerste besluit en voerde aan dat hij geen mogelijkheid had gekregen om het verlengingsbesluit te betwisten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een verzoek om voorlopige voorziening af.
In hoger beroep stelde appellant dat het verlengingsbesluit niet door de rechtbank was betrokken, waardoor zijn rechtsbescherming werd beperkt. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat op grond van artikel 9 van Pro de Wet tijdelijk huisverbod het beroep tegen het eerste besluit mede betrekking heeft op het verlengingsbesluit en dat rechtsbescherming tegen beide besluiten in één procedure wordt geconcentreerd.
De Afdeling stelde vast dat appellant de mogelijkheid had om aanvullende gronden in te dienen, maar hiervan geen gebruik maakte. Daarom was er geen sprake van ontneming van rechtsmiddelen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard, huisverbod en verlenging bevestigd, schadevergoeding afgewezen.