ECLI:NL:RVS:2015:2533
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.B.M. Hent
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende individuele risicoaantoon
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 21 oktober 2013 werd afgewezen. De staatssecretaris stelde dat de vreemdeling niet aannemelijk had gemaakt dat hij recentelijk uit Baardhere was vertrokken en dat hij zich niet onder Al-Shabaab zou kunnen handhaven. Daarnaast werd gesteld dat er geen individuele omstandigheden waren die een verhoogd risico op negatieve behandeling door Al-Shabaab aannemelijk maakten.
De vreemdeling voerde aan dat Baardhere onder controle staat van Al-Shabaab en dat terugkeer daar een schending van artikel 3 EVRM Pro oplevert, onderbouwd met het ambtsbericht van 2014. De rechtbank had het standpunt van de staatssecretaris over de onvoldoende individuele risicoaantoon als terecht beoordeeld.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt echter dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het standpunt van de staatssecretaris deugdelijk was gemotiveerd. De staatssecretaris heeft onvoldoende rekening gehouden met het risico dat de vreemdeling louter vanwege zijn terugkeer uit het westen als spion kan worden gezien. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het besluit van de staatssecretaris vernietigd.
De Afdeling wijst tevens op het lopende proces rond een nieuw ambtsbericht over de risico's van terugkeer naar gebieden onder controle van Al-Shabaab en ziet daarom geen aanleiding om de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand te laten. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €1.960,00.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd en het beroep van de vreemdeling wordt gegrond verklaard.