ECLI:NL:RVS:2015:2527
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing bestemmingsplan Buitengebied gemeente Veghel met betrekking tot agrarische ontwikkelingen en milieueffecten
Het bestemmingsplan "Buitengebied" van de gemeente Veghel is vastgesteld op 19 december 2013 en is door meerdere appellanten aangevochten. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft de zaak op 1 april 2015 behandeld en op 5 augustus 2015 uitspraak gedaan.
De appellanten stelden onder meer dat het milieueffectrapport onzorgvuldig tot stand was gekomen vanwege onjuiste dieraantallen, dat het plan onvoldoende rekening hield met geurbelasting en stikstofdepositie, dat de aanduidingen binnen het plan niet overeenkwamen met het reconstructieplan en dat de archeologische bescherming onzorgvuldig was geregeld. Ook werden bezwaren geuit tegen de ruimtelijke criteria voor duurzame locaties en de bouwmogelijkheden voor agrarische bedrijven.
De Afdeling oordeelde dat het plan-MER een representatief beeld gaf ondanks verschillen in dieraantallen, dat de geurbelasting met redelijke beleidsvrijheid was beoordeeld en dat de passende beoordeling inzake stikstofdepositie adequaat was uitgevoerd. De aanduidingen "reconstructiewetzone - verwevingsgebied 2" waren passend gemotiveerd en de archeologische dubbelbestemming was redelijk toegewezen. Wel werd vastgesteld dat de raad onvoldoende gemotiveerd had waarom de kernrandzone was vergroot bij het perceel van appellant sub 1 en dat de goothoogte op het perceel van appellante sub 4 niet correct was vastgesteld, wat tot rechtsonzekerheid leidde. Verder was het ontbreken van de aanduiding "intensieve veehouderij" op het perceel Dorshout 31 onzorgvuldig.
De Afdeling verwierp de meeste overige beroepsgronden en concludeerde dat het bestemmingsplan in het algemeen met de vereiste zorgvuldigheid was vastgesteld, met enkele vernietigingen en passeringen van gebreken. De procedurele aspecten rondom zienswijzen en de motivering van de raad werden eveneens beoordeeld.
Deze uitspraak benadrukt de terughoudende toetsing van beleidsvrijheid bij bestemmingsplannen, het belang van een zorgvuldige milieueffectrapportage en passende beoordeling, en de noodzaak van een deugdelijke motivering bij afwijkingen van eerdere beleidslijnen of vergunningen.
Uitkomst: Het bestemmingsplan wordt grotendeels bevestigd met vernietiging van enkele onderdelen wegens onvoldoende motivering en rechtsonzekerheid.