ECLI:NL:RVS:2015:2500
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing toevoeging rechtsbijstand wegens ontbreken noodzaak juridische bijstand
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor toevoeging rechtsbijstand door de Raad voor Rechtsbijstand. De aanvraag was gericht op het maken van bezwaar tegen een besluit tot terugvordering van een eerder verleende toevoeging. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en deze uitspraak is door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigd.
De Raad voor Rechtsbijstand had de aanvraag afgewezen op grond dat appellant zelf alle relevante informatie over zijn inkomen kon aanvoeren bij bezwaar, zo nodig met bijstand van derden die niet onder de Wet op de rechtsbijstand vallen. De rechtbank onderschreef dit standpunt en oordeelde dat er geen noodzaak was voor juridische bijstand van een advocaat.
Appellant voerde aan dat hij dankzij rechtsbijstand in bezwaar succesvol een beroep had gedaan op zijn toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling, en dat de raad wel toevoegingen verstrekt voor bezwaar tegen terugvorderingsbesluiten van andere instanties. De Raad van State oordeelde echter dat het betoog over de schuldsanering feitelijk van aard is en geen juridische bijstand vereist, en dat appellant hulp van derden had kunnen inroepen. Ook was onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de raad in vergelijkbare gevallen wel toevoegingen verstrekt.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de toevoeging rechtsbijstand bevestigd.