ECLI:NL:RVS:2015:2498
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vaststelling redelijke termijn voor staken permanente bewoning recreatiewoning Parc Patersven
Het college van burgemeester en wethouders van Zundert heeft aan appellant sub1 gelast om binnen 10 jaar de permanente bewoning van hun recreatiewoning op het recreatiepark Parc Patersven te staken, onder oplegging van een eenmalige dwangsom van € 25.000. De rechtbank Zeeland-West-Brabant vernietigde deze besluiten voor zover de begunstigingstermijn op 10 jaar was gesteld en stelde zelf een termijn van 6 maanden na verzending van de uitspraak vast.
Appellant sub1 en het college gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelt dat de rechtbank onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de begunstigingstermijn van 6 maanden passend is, zeker gezien het grote aantal bewoners dat gelijktijdig vervangende woonruimte moet vinden en de moeilijke woningmarkt.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dat een begunstigingstermijn van 1 jaar redelijk is, maar omdat deze termijn inmiddels is verstreken, stelt zij zelf een termijn van 6 maanden na verzending van deze uitspraak vast waarbinnen appellant sub1 het gebruik anders dan voor verblijfsrecreatie moet staken.
Verder bevestigt de Afdeling de overige onderdelen van de uitspraak van de rechtbank en veroordeelt het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De Raad van State stelt een termijn van 6 maanden na verzending van deze uitspraak vast waarbinnen appellant sub1 de permanente bewoning van de recreatiewoning moet staken.