ECLI:NL:RVS:2015:2453
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W. Sorgdrager
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen bestuursdwang voor verkeerd aanbieden huishoudelijk afval
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 5 februari 2015 spoedeisende bestuursdwang toegepast wegens het aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010. Hierbij is een doos naast een papiercontainer aangetroffen die werd toegeschreven aan appellant.
Appellant betwist niet dat de doos van hem afkomstig is, maar stelt dat hij deze in de papiercontainer heeft geplaatst en dat een ander de doos mogelijk heeft verwijderd. Hij voert aan dat er geen onomstotelijk bewijs is dat hij de overtreding heeft begaan.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat het college niet onomstotelijk hoeft te bewijzen dat appellant de doos naast de container heeft geplaatst. Het bewijsvermoeden dat degene aan wie het afval kan worden herleid ook de overtreder is, geldt tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat dit niet zo is. Appellant heeft dit niet aannemelijk gemaakt. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot spoedeisende bestuursdwang wordt ongegrond verklaard.