ECLI:NL:RVS:2015:245
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging invordering dwangsom wegens te hoge erfafscheiding zonder vergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Overbetuwe legde appellant een last onder dwangsom op om een zonder vergunning gebouwde erfafscheiding te verwijderen of te verlagen tot een hoogte van één meter. Na onherroepelijke besluiten en een inspectie waarbij werd vastgesteld dat de erfafscheiding 1,23 meter hoog was, werd de dwangsom van €5.000 ingevorderd.
Appellant voerde aan dat het inspectieverslag niet aan minimumeisen voldeed en dat de hoogte van de erfafscheiding lager zou zijn dan vastgesteld. Ook stelde hij dat bijzondere omstandigheden, waaronder vermeende toezeggingen en gedeeltelijke naleving, tot matiging van de dwangsom moesten leiden. De rechtbank ging niet mee in deze argumenten.
De Raad van State oordeelde dat het inspectieverslag voldoende was en dat appellant geen concrete toezeggingen had aangetoond die het vertrouwen konden rechtvaardigen. Ook was gedeeltelijke naleving geen reden voor matiging. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de dwangsom van €5.000 wordt ingevorderd.