ECLI:NL:RVS:2015:2443
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- A. Hammerstein
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Vaststelling onredelijkheid vaste gedragslijn bij vergunning standplaats Doorn
Het college van burgemeester en wethouders van Utrechtse Heuvelrug verleende op 6 maart 2013 een standplaatsvergunning aan een partij en wees de aanvraag van appellant af. Na bezwaar herzag het college dit besluit en verleende alsnog vergunning aan appellant, waarbij de eerdere vergunning werd herroepen. De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond en herstelde de vergunning aan de eerste partij.
Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college een vaste gedragslijn hanteert waarbij de eerstvolgende aanvraag na schriftelijke opzegging van een vergunning wordt gehonoreerd. De rechtbank had echter niet onderkend dat toepassing van deze gedragslijn in dit geval onredelijke gevolgen had, omdat appellant eerder dan de andere partij een aanvraag had ingediend en op basis van informatie van het college mocht verwachten kans te maken op de vergunning.
De Afdeling vernietigt daarom het gedeelte van het vonnis waarin het bezwaar van appellant ongegrond werd verklaard en bepaalt dat het college een nieuwe belangenafweging moet maken. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het college wordt opgedragen een nieuwe belangenafweging te maken bij de vergunningverlening.