ECLI:NL:RVS:2015:2435
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel en toetsing Dublinverordening
Bij besluit van 8 september 2014 wees de staatssecretaris de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank, die dit beroep ongegrond verklaarde. Zowel de vreemdeling als de staatssecretaris gingen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat sprake was van zeer bijzondere omstandigheden die de staatssecretaris verplichten zich te vergewissen van de verantwoordelijkheid van Italië voor de behandeling van de asielaanvraag. De Italiaanse autoriteiten hadden niet binnen de wettelijke termijn van twee maanden gereageerd op het verzoek tot overname, waardoor zij volgens de Dublinverordening verantwoordelijk zijn geworden.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond. Het hoger beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard. De Afdeling oordeelde tevens dat er geen sprake was van schending van het gelijkheidsbeginsel of het verbod van willekeur door de staatssecretaris.
Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De Afdeling stelde het besluit van 8 september 2014 van de staatssecretaris in stand en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris is gegrond verklaard, het beroep van de vreemdeling ongegrond, en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.