ECLI:NL:RVS:2015:2426
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling na toegangsweigering Schengengebied
De vreemdeling maakte deel uit van een groep die op 10 februari 2015 de toegang tot het Verenigd Koninkrijk werd geweigerd en per boot terugkeerde naar Hoek van Holland. Na aankomst onderging hij een eerstelijns- en tweedelijnscontrole, waarna hem op 11 februari 2015 om 15.08 uur de toegang tot het Schengengebied werd geweigerd en een vrijheidsontnemende maatregel werd opgelegd met plaatsaanduiding Justitieel Complex Schiphol (JCS).
De vreemdeling stelde in hoger beroep dat hem reeds tussen de eerstelijns- en tweedelijnscontrole onrechtmatig de vrijheid was ontnomen, omdat hij de afgeschermde ruimte niet zonder toestemming mocht verlaten. De Raad van State oordeelde dat deze feitelijke beperking niet gelijkstaat aan vrijheidsontneming zoals bedoeld in artikel 5 EVRM Pro, omdat deze voortvloeide uit noodzakelijke grensbewaking en niet onredelijk lang duurde.
Daarnaast voerde de vreemdeling aan dat voor het vervoer van Hoek van Holland naar het JCS een afzonderlijke beschikking vereist was. De Raad van State stelde vast dat de vrijheidsontnemende maatregel met de plaatsaanduiding JCS ook het vervoer en het wachten daarop rechtmatig dekte, en dat het wachten op vervoer van meerdere vreemdelingen niet onredelijk was.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de vrijheidsontnemende maatregel bevestigd.