ECLI:NL:RVS:2015:2419
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling krijgt alsnog verblijfsvergunning asiel wegens risico op schending artikel 3 EVRM in Pakistan
De vreemdeling, een christen uit Pakistan, vroeg om een verblijfsvergunning asiel, welke door de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de zaak inhoudelijk beoordeeld aan de hand van diverse rapporten, waaronder het UNHCR-rapport, het ambtsbericht van 2014 en een uitspraak van het UK Upper Tribunal. Uit deze stukken blijkt dat christenen in Pakistan maatschappelijke intolerantie, discriminatie, geweld en misbruik van blasfemiewetgeving ervaren, maar dat zij in beginsel hun geloof kunnen belijden en uitoefenen. Systematische vervolging of een reëel risico op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro kon niet worden vastgesteld.
Wel oordeelde de Afdeling dat de staatssecretaris onvoldoende heeft gemotiveerd waarom uit de verklaringen van de vreemdeling niet kan worden afgeleid dat zij bij terugkeer zal preken tegen de islam, hetgeen haar een gegronde vrees voor vervolging zou kunnen geven. Hierdoor werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het besluit van 24 april 2012 vernietigd. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd.