ECLI:NL:RVS:2015:240
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- N.S.J. Koeman
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging omgevingsvergunning tweede fase vanwege strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Ede verleende op 14 juni 2013 omgevingsvergunningen eerste en tweede fase voor de uitbreiding van een vleeskalverenhouderij met een mestvergister en mestdrogingssysteem aan een locatie te Ede. Tegen deze besluiten werd beroep ingesteld door meerdere appellanten. De rechtbank Gelderland verklaarde deze beroepen ongegrond.
In hoger beroep voerden appellanten onder meer aan dat ten onrechte geen milieueffectrapport was opgesteld, dat het college niet bevoegd was om te beslissen, dat het Besluit risico’s zware ongevallen (Brzo) en het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van toepassing waren, en dat de vergunning in strijd was met het bestemmingsplan. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat het Brzo niet van toepassing was, dat het college bevoegd was, en dat de milieueffectrapportage niet in hoger beroep mocht worden aangevoerd. Wel oordeelde de Afdeling dat het college ten onrechte bij de vergunningverlening tweede fase was uitgegaan van een vernietigd bestemmingsplan, waardoor het besluit niet deugdelijk was gemotiveerd en vernietiging verdiende.
Daarnaast werden bezwaren tegen de externe veiligheid, geluid, geur en landschappelijke inpassing onderzocht en verworpen. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het besluit tweede fase, bevestigde de rest van de uitspraak en bepaalde dat tegen het nieuwe besluit alleen beroep bij de Afdeling mogelijk is. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellanten.
Uitkomst: De omgevingsvergunning tweede fase is vernietigd wegens strijd met het bestemmingsplan; overige beroepen zijn afgewezen.