ECLI:NL:RVS:2015:2373
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vergunning melkrundveehouderij op grond van Natuurbeschermingswet 1998
Bij besluit van 7 mei 2014 verleende het college van gedeputeerde staten van Overijssel een vergunning voor het in werking hebben van een melkrundveehouderij aan een locatie te Denekamp. De Coöperatie Mobilisation for the Environment (Mob) maakte hiertegen bezwaar en stelde beroep in bij de Raad van State.
Mob voerde onder meer aan dat het college de aanvraagstukken ten onrechte niet ter inzage had gelegd tijdens de bezwaarfase, dat het Besluit ammoniakemissie huisvesting veehouderij niet was betrokken bij de beoordeling, en dat de gevolgen voor het Natura 2000-gebied Engbertsdijksvenen onvoldoende waren beoordeeld. Daarnaast verzocht Mob om vergoeding van proceskosten die zij in de bezwaarfase had gemaakt.
De Raad van State oordeelde dat het college niet verplicht was de aanvraagstukken gedurende de bezwaartermijn ter inzage te leggen, dat het Besluit huisvesting geen rol speelt bij de vergunningverlening op grond van de Natuurbeschermingswet 1998, en dat de gevolgen voor het Natura 2000-gebied Engbertsdijksvenen weliswaar niet expliciet waren beoordeeld, maar dat dit gebrek kon worden gepasseerd omdat Mob hierdoor niet was benadeeld. Het beroep werd ongegrond verklaard. Wel werd het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van Mob.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard, maar het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.