ECLI:NL:RVS:2015:237
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.G.J. Parkins-de Vin
- E. Helder
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplan Bedrijventerrein Oosteind wegens strijd met rechtszekerheidsbeginsel
De raad van de gemeente Papendrecht stelde op 13 juni 2013 het bestemmingsplan Bedrijventerrein Oosteind vast, waarin onder meer een geluidverdeelplan als onderdeel van een zonebeheerplan was opgenomen. Appellanten, waaronder Betoncentrale Papendrecht, voerden beroep aan tegen dit plan, met name tegen de koppeling met het geluidverdeelplan en de wijze van vaststelling en actualisering daarvan.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het geluidverdeelplan een ruimtelijk relevant karakter heeft en dat de raad in redelijkheid kon besluiten dit in het bestemmingsplan op te nemen. Echter, de wijze waarop de geluidruimte wordt verdeeld is onvoldoende inzichtelijk en controleerbaar, omdat het relevante digitale zonebewakingsmodel niet als onderdeel van het plan is vastgesteld en niet elektronisch beschikbaar is. Dit leidt tot strijd met het rechtszekerheidsbeginsel.
Daarnaast is onduidelijk aan welke normen wordt getoetst bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid, omdat het geluidverdeelplan niet kan worden geactualiseerd zonder wijziging van het bestemmingsplan. Verder werden diverse bezwaren van appellanten over bouwvlakken, bouwhoogtes en bedrijfsmogelijkheden beoordeeld, waarvan enkele werden verworpen en één werd gegrond wegens onzorgvuldigheid.
De Afdeling vernietigde het bestemmingsplan geheel en droeg de raad op binnen 26 weken een nieuw besluit te nemen. Tevens werd de raad veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan Betoncentrale Papendrecht en tot vergoeding van griffierechten aan appellanten.
Uitkomst: Het bestemmingsplan Bedrijventerrein Oosteind wordt vernietigd wegens strijd met het rechtszekerheidsbeginsel en de raad wordt opgedragen een nieuw plan vast te stellen.