ECLI:NL:RVS:2015:2366
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- W. Sorgdrager
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving last onder dwangsom wegens strijdig gebruik perceel met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Westland legde aan appellante een last onder dwangsom op wegens het gebruik van een perceel te Monster in strijd met het bestemmingsplan "Glastuinbouwgebied Westland". Appellante voerde aan dat het gebruik onder het overgangsrecht van het bestemmingsplan "Buitengebied" viel en dat het college daardoor niet bevoegd was handhavend op te treden.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het bestemmingsplan "Buitengebied" op 16 december 1986 onherroepelijk werd verklaard en dat deze datum als peildatum geldt voor het overgangsrecht. De latere partiële herziening in 1995 was te beperkt om de peildatum te verschuiven. De brief van 1987 van de rechtsvoorganger van appellante kon het gebruik op de peildatum niet aantonen.
Daarom mocht het gebruik van het perceel niet onder het overgangsrecht worden voortgezet en was het college bevoegd handhavend op te treden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de invordering van de dwangsommen bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de last onder dwangsom en invordering daarvan worden bevestigd.