ECLI:NL:RVS:2015:2362
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- E. Steendijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning
De minister legde appellant een boete van €6.000 op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) omdat een vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning arbeid verrichtte op een markt in Den Haag. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad overwoog dat de minister voldoende bewijs leverde, onder meer via een boeterapport en verklaringen van de vreemdeling en arbeidsinspecteurs, waaruit bleek dat de vreemdeling werkzaamheden verrichtte voor appellant. Het verweer van appellant dat de verklaringen belastend en onbetrouwbaar waren, werd verworpen wegens gebrek aan aanwijzingen.
Verder oordeelde de Raad dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat sprake was van verminderde verwijtbaarheid of dat de boete onevenredig was vanwege zijn financiële situatie of intrekking van zijn marktvergunning. De Raad bevestigde daarom het eerdere oordeel en de opgelegde boete, en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €6.000 wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen en wijst het hoger beroep af.