ECLI:NL:RVS:2015:2321
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Y.E.M.A. Timmerman-Buck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging kostenverhaal bestuursdwang bij onjuist aanbieden huishoudelijk afval
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 24 november 2014 spoedeisende bestuursdwang toegepast vanwege het onjuist aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010. De bestuursdwang bestond uit het verwijderen van een doos die naast een aangewezen inzamelvoorziening was aangetroffen, waarbij een adresdrager met naam en adres van appellant werd gevonden. Hierdoor stelde het college dat appellant de overtreder was en legde een deel van de kosten van bestuursdwang, €126,00, op aan appellant.
Appellant voerde aan dat hij zijn afval altijd in een afvalzak aanbiedt, nooit in een doos, en dat de doos mogelijk door een ander is achtergelaten omdat post regelmatig verkeerd wordt bezorgd. Hij stelde ook dat zijn huishoudelijke hulp het afval wegbrengt en dat hij gehandicapt is. Het college stelde dat de poststukken die appellant toonde slechts slordigheid van bewoners aantonen en niet dat de postbezorging fout verloopt.
De Raad van State oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet de overtreder is. De aanwezigheid van zijn naam en adres op de doos leidt tot de redelijke conclusie dat hij de overtreding heeft begaan. Ook het argument van appellant dat hij van een bijstandsuitkering leeft en dat het kostenverhaal daarom hard aankomt, werd verworpen. Het college heeft de kosten terecht op appellant verhaald en bood zelfs een betalingsregeling aan.
Het beroep van appellant werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de kosten van bestuursdwang blijven voor zijn rekening.