ECLI:NL:RVS:2015:2300
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering kinderopvangtoeslag wegens onvoldoende bewijs betaling eigen bijdrage
De Belastingdienst/Toeslagen stelde bij besluit van 23 juli 2013 de kinderopvangtoeslag van appellant over 2009 definitief vast op nihil en vorderde €23.206,00 terug. Appellant maakte bezwaar en stelde dat hij voldoende bewijs had geleverd van betaling van de eigen bijdrage, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dit oordeel.
De kern van het geschil betrof de vraag of appellant voldoende had aangetoond dat hij de eigen bijdrage voor de kinderopvang had betaald. De rechtbank ging uit van een bedrag van €35.708,00 aan kosten, terwijl appellant een lager bedrag van €29.206,08 aanvoerde. De Raad van State oordeelde dat het lagere bedrag niet als gecorrigeerde jaaropgave kon worden beschouwd, mede vanwege het faillissement van het kindercentrum en het ontbreken van een sluitende administratie.
Appellant stelde contante betalingen te hebben gedaan, maar kon deze niet deugdelijk onderbouwen met kwitanties en corresponderende bankafschriften. De Raad van State volgde de vaste jurisprudentie dat contante betalingen met bewijs van geldopnames moeten worden gestaafd. De stelling dat geld van derden was geleend, werd niet ondersteund door bewijs. Daarom faalde het beroep en werd de terugvordering bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van kinderopvangtoeslag wordt bevestigd.