ECLI:NL:RVS:2015:2299
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- K.J.M. Mortelmans
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake schenkbelastingvrijstelling landgoed in buitenland
In deze zaak stond de vraag centraal of de Nederlandse regeling in de Natuurschoonwet 1928, die vrijstelling van schenkbelasting beperkt tot landgoederen in Nederland, verenigbaar is met artikel 63 van Pro het VWEU. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State had het Hof van Justitie van de Europese Unie om prejudiciële beslissing gevraagd.
Het Hof oordeelde dat de regeling niet in strijd is met het EU-recht, tenzij het buitenlandse landgoed een element vormt van het Nederlands cultuurhistorisch erfgoed. De Afdeling concludeerde dat de staatssecretaris terecht het bezwaar van de wederpartij tegen de afwijzing van haar aanvraag ongegrond heeft verklaard, omdat The Bean House in het Verenigd Koninkrijk geen verband houdt met het Nederlandse erfgoed.
Daarom werd de uitspraak van de rechtbank Zutphen vernietigd en het beroep tegen het besluit van 9 februari 2011 ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.