ECLI:NL:RVS:2015:2262
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.D.M. van Diepenbeek
- J. Hoekstra
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en herstel van bestemmingsplan Scheveningen Haven na beroep
De raad van de gemeente Den Haag stelde op 28 november 2013 het bestemmingsplan "Scheveningen Haven" vast. Tegen dit besluit werd door diverse partijen beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Na een tussenuitspraak van 22 oktober 2014 waarin de raad werd opgedragen gebreken in het plan te herstellen, nam de raad op 22 januari 2015 een herstelbesluit.
De Afdeling beoordeelde de beroepen tegen zowel het oorspronkelijke besluit als het herstelbesluit. Een aantal beroepen werd ongegrond verklaard, terwijl andere beroepen gegrond werden verklaard en leidden tot vernietiging van specifieke onderdelen van het plan, zoals de bestemmingen "Gemengd - 5" en "Gemengd - 6", de aanduiding "bedrijf tot en met categorie 5", en de bouwhoogte op bepaalde percelen.
De raad heeft met het herstelbesluit op veel punten tegemoetgekomen aan de geconstateerde gebreken, waardoor de rechtsgevolgen van het oorspronkelijke besluit in belangrijke mate in stand konden blijven. Daarnaast werd de raad veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan diverse appellanten. De Afdeling concludeerde dat het herstelbesluit in redelijkheid genomen kon worden en dat de raad voldoende gemotiveerd had gehandeld.
De uitspraak werd gedaan door voorzitter Van Diepenbeek en leden Hoekstra en Kramer op 15 juli 2015.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt delen van het bestemmingsplan Scheveningen Haven, handhaaft de rechtsgevolgen voor andere onderdelen en veroordeelt de raad tot proceskostenvergoeding.