ECLI:NL:RVS:2015:2260
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- B.P. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag voorzieningen Remigratiewet wegens openstaande schulden aan het Rijk
Appellant heeft bij besluit van 8 oktober 2013 een aanvraag om voorzieningen krachtens de Remigratiewet ingediend, welke door de Raad van Bestuur is afgewezen wegens openstaande schulden aan het Rijk. Appellant maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard, waarna hij beroep instelde bij de rechtbank, die het beroep eveneens ongegrond verklaarde.
In hoger beroep betoogde appellant dat hij geen schulden aan het Rijk heeft omdat de Belastingdienst een zogenoemde pseudokwijtschelding had gegeven, waardoor geen invordering meer plaatsvindt. Hij stelde dat dit gelijk staat aan een daadwerkelijke kwijtschelding en dat hij vanwege zijn persoonlijke omstandigheden niet in staat is de schulden te voldoen. Tevens wees hij op een ongelijke behandeling tussen belastingschulden en toeslagenschulden.
De Afdeling overwoog dat de pseudokwijtschelding niet gelijkstaat aan kwijtschelding en dat de schulden nog steeds bestaan. Tevens is het niet uitgesloten dat de Belastingdienst alsnog tot invordering overgaat. Appellant had ook geen afbetalingsregeling getroffen, noch onderzocht of een dergelijke regeling mogelijk was. De rechtbank heeft daarom terecht geoordeeld dat appellant niet voldoet aan de voorwaarde van artikel 2, eerste lid, aanhef en onder a, van het Uitvoeringsbesluit Remigratiewet.
Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag voorzieningen Remigratiewet bevestigd.