ECLI:NL:RVS:2015:2233
Raad van State
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- P.J.J. van Buuren
- J.G.C. Wiebenga
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke lus Centrale Verwerkingsinstallatie Raaieinde: plan en vergunning deels niet zorgvuldig voorbereid
De zaak betreft het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning voor de realisatie van een centrale verwerkingsinstallatie (CVI) te Raaieinde, bedoeld voor verwerking van grondstoffen uit rivierverruimingsprojecten. Diverse appellanten, waaronder Océ Technologies B.V. en de vereniging Behoud de Parel, hebben beroep ingesteld tegen deze besluiten.
De Raad van State beoordeelt onder meer de ontvankelijkheid van de beroepen, de noodzaak van de installatie, de locatiekeuze, ecologische aspecten, geluidsoverlast, trillingen en de toepassing van beste beschikbare technieken. De Raad oordeelt dat de raad en het college zich in redelijkheid op het standpunt hebben kunnen stellen dat de installatie noodzakelijk is, dat de locatiekeuze zorgvuldig is onderbouwd en dat ecologische en trillingsaspecten voldoende zijn onderzocht.
Echter, de Raad constateert dat het onderzoek naar laagfrequent geluid onvoldoende is geweest. Er is niet onderzocht of de installatie daadwerkelijk laagfrequent geluid zal veroorzaken en in hoeverre dat hinderlijk is. Ook ontbreekt een toetsing of met maatregelen ernstige hinder kan worden voorkomen. Dit leidt tot de conclusie dat het plan en de vergunning in strijd zijn met artikel 3:2 van Pro de Awb. De Raad draagt de raad en het college op binnen twintig weken het gebrek te herstellen door aanvullend onderzoek en een nieuwe motivering of wijziging van de besluiten.
Uitkomst: Beroepen deels ongegrond en deels niet-ontvankelijk; raad en college opgedragen binnen twintig weken het gebrek in het besluit over laagfrequent geluid te herstellen.