ECLI:NL:RVS:2015:2214
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkverklaring beroep omgevingsvergunning paardenhouderij
Bij besluit van 8 maart 2013 verleende het college een omgevingsvergunning voor het bouwen van een loods met kantoor/kantine ten behoeve van een paardenhouderij op een perceel te Dorst. Na bezwaar verklaarde het college het bezwaar ongegrond en verleende op 19 september 2013 een gewijzigde vergunning voor een bouwplan met enkele aanpassingen, waaronder een kelder.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen het besluit van 27 augustus 2013 niet-ontvankelijk, omdat het wijzigingsbesluit van 19 september 2013 als zelfstandig besluit werd gezien en het beroep daartegen niet was ingesteld. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de wijzigingen van ondergeschikte aard waren en dat het beroep mede betrekking had op het wijzigingsbesluit, waardoor de rechtbank het beroep ten onrechte niet-ontvankelijk verklaarde.
De Afdeling vernietigde daarom het vonnis voor zover het het beroep tegen het wijzigingsbesluit betrof en beoordeelde inhoudelijk de beroepsgronden. Appellant stelde dat de vergunningen niet overeenkwamen met de aanvragen en dat de loods niet voor een paardenhouderij zou worden gebruikt. De Afdeling vond geen grond voor deze stellingen en oordeelde dat het college terecht vergunning had verleend binnen het bestemmingsplan. Ook andere bezwaren faalden.
Het beroep werd uiteindelijk ongegrond verklaard en het betaalde griffierecht aan appellant terugbetaald.
Uitkomst: Het beroep tegen het wijzigingsbesluit omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard.