ECLI:NL:RVS:2015:221
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling krijgt schadevergoeding wegens onrechtmatige voortzetting vrijheidsontnemende maatregel
De vreemdeling werd op 1 november 2014 een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd die nadien werd voortgezet. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, maar deze stelde hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om schadevergoeding.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de vreemdeling de voorbereiding van zijn terugkeer of verwijderingsprocedure zou ontwijken of belemmeren. Uit het dossier bleek dat de vreemdeling een geldig Macedonisch paspoort bezat, zijn asielaanvraag had ingetrokken en de wens tot terugkeer had uitgesproken.
De staatssecretaris had gewezen op omstandigheden zoals het ontbreken van passende documentatie bij binnenkomst, eerdere asielaanvragen in Duitsland en Zwitserland, en het ontbreken van vaste woon- en verblijfplaats. Deze omstandigheden boden echter onvoldoende grond om de vrijheidsontnemende maatregel voort te zetten.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank, en kende de vreemdeling een schadevergoeding toe over de periode van 5 tot 9 november 2014. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De vrijheidsontnemende maatregel werd onterecht voortgezet en de vreemdeling kreeg een schadevergoeding toegekend.