ECLI:NL:RVS:2015:2203
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing kinderopvangtoeslag na herziening voorschotten 2008-2011
Appellant maakte bezwaar tegen de herziening van de voorschotten kinderopvangtoeslag over de jaren 2008 tot en met 2011, waarbij de Belastingdienst/Toeslagen deze voorschotten op nihil stelde wegens het ontbreken van bewijs dat daadwerkelijk kosten waren gemaakt.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en deze uitspraak werd door appellant aangevochten in hoger beroep bij de Raad van State. Appellant stelde onder meer dat delen van het salaris van zijn toenmalige echtgenote, werkzaam bij een gastouderbureau, waren verrekend met de kosten voor kinderopvang en dat herziene jaaropgaven de betaling van de kosten aantonen.
De Raad van State oordeelde dat appellant niet had aangetoond dat hij de gestelde kosten daadwerkelijk had voldaan. De door appellant overgelegde herziene jaaropgaven werden niet aanvaard omdat deze pas in hoger beroep waren ingebracht en geen verklaring voor de verschillen boden. Ook ontbraken loonspecificaties die de vermeende verrekening met het salaris van de echtgenote konden onderbouwen.
Daarom bevestigde de Raad van State het oordeel van de rechtbank dat appellant geen recht heeft op voorschotten kinderopvangtoeslag over de betreffende jaren. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de rechtbankuitspraak bevestigd.