ECLI:NL:RVS:2015:218
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na hoger beroep
De vreemdeling had bij besluit van 8 december 2014 een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de staatssecretaris werd afgewezen. Hiertegen stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank Den Haag, die het beroep op 24 december 2014 ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Tegelijkertijd verzocht de vreemdeling de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen. Op het moment van het verzoek was het hoger beroep echter reeds inhoudelijk behandeld en beslist in een andere uitspraak van dezelfde dag. Hierdoor was er geen lopend geding meer waarin een voorlopige voorziening kon worden getroffen.
De voorzieningenrechter oordeelde daarom dat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk was en wees het af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door mr. H. Troostwijk als voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. O. van Loon als griffier, op 16 januari 2015.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het hoger beroep reeds was beslist.