ECLI:NL:RVS:2015:2178
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens toepassing Dublinverordening
De vreemdeling diende op 3 september 2014 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris wees deze aanvraag op 10 december 2014 af omdat Italië op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, stellende dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom het rapport van The International Commission of Jurists geen aanleiding gaf om het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Italië te verwerpen.
De staatssecretaris ging in hoger beroep en voerde aan dat het rapport betrekking heeft op juridische bijstand in uitzettingsprocedures en niet op de asielprocedure zelf, die in Italië door professionele rechters wordt behandeld. De Raad van State oordeelde dat het rapport geen aanwijzingen bevat voor ernstige tekortkomingen in de Italiaanse asielprocedure en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel terecht is toegepast.
De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning blijft in stand.