ECLI:NL:RVS:2015:2161
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen uitspraak huurtoeslag terugvordering wegens GBA-inschrijving
De Belastingdienst/Toeslagen stelde bij besluit van 6 september 2013 de huurtoeslag van de wederpartij over 2010 vast op €462 en vorderde teveel uitgekeerde voorschotten terug. De rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaarde het beroep van de wederpartij gegrond en vernietigde het bezwaarbesluit, met de opdracht aan de Belastingdienst om een nieuw besluit te nemen.
De Belastingdienst stelde hoger beroep in. De kern van het geschil betrof de vraag of de zoon en kleindochter van de wederpartij als medebewoners moesten worden aangemerkt op basis van hun inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA). De rechtbank vond dat de Belastingdienst onvoldoende had onderbouwd dat de inschrijving correct was en achtte het vertrouwen van de wederpartij in een eerdere gegrondverklaring van bezwaar over 2009 relevant.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de inschrijving in de GBA het uitgangspunt is voor de beoordeling van medebewoning en dat het aan de wederpartij is om aan te tonen dat de inschrijving onjuist is en niet aan haar kan worden toegerekend. De verklaringen van de wederpartij en haar zoon waren onvoldoende onderbouwd met verifieerbare gegevens. Het vertrouwensbeginsel werd niet aanvaard omdat er geen concrete en ondubbelzinnige toezegging was gedaan door een bevoegd persoon. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de wederpartij wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.