ECLI:NL:RVS:2015:2152
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A. Hagen
- D.J.C. van den Broek
- E.A. Minderhoud
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit ongeldigverklaring Duits rijbewijs wegens onjuiste woonplaats
Appellant kreeg op 15 mei 2013 van het CBR een besluit waarbij zijn rijbewijs ongeldig werd verklaard vanwege alcoholmisbruik. Dit besluit volgde op een onderzoek naar de geschiktheid na een tweede aanhouding met een te hoog ademalcoholgehalte binnen vijf jaar. Het CBR baseerde zich op een verslag van bevindingen dat concludeerde dat appellant alcoholmisbruik vertoonde.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen het besluit ongegrond, maar appellant stelde in hoger beroep dat het CBR niet bevoegd was het rijbewijs ongeldig te verklaren omdat hij sinds februari 2013 alleen over een Duits rijbewijs beschikte en sinds september 2011 in Duitsland woonde. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellant ten tijde van het besluit in Nederland stond ingeschreven, maar voldoende tegenbewijs leverde dat hij feitelijk in Duitsland woonde.
Omdat appellant op het moment van het besluit een Duits rijbewijs had en in Duitsland woonde, was het CBR niet bevoegd het rijbewijs ongeldig te verklaren. De Afdeling vernietigde daarom het besluit van het CBR en de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond en veroordeelde het CBR tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van het CBR tot ongeldigverklaring van het rijbewijs wordt vernietigd wegens gebrek aan bevoegdheid.