ECLI:NL:RVS:2015:215
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vrijheidsontnemende maatregel wegens ontbreken belemmering terugkeer
Bij besluit van 1 november 2014 werd een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd aan de vreemdeling, welke werd voortgezet. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze maatregel ongegrond en wees tevens zijn verzoek om schadevergoeding af.
De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State en voerde aan dat na het terugkeerbesluit van 5 november 2014 geen grond meer bestond voor voortzetting van de vrijheidsontnemende maatregel. Hij stelde dat hij bereid was snel terug te keren, beschikte over een geldig Macedonisch paspoort en voldoende middelen om een ticket te kopen.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de vreemdeling de terugkeer of verwijderingsprocedure zou ontwijken of belemmeren. De omstandigheden die de staatssecretaris aanvoerde, boden geen grond voor voortzetting van de maatregel. De vrijheidsontnemende maatregel had na 5 november 2014 niet voortgezet mogen worden.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het hoger beroep gegrond en kende de vreemdeling een schadevergoeding toe over de periode dat de maatregel ten onrechte werd voortgezet. Proceskosten werden niet toegewezen vanwege samenhang met een andere zaak.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de vrijheidsontnemende maatregel wordt beëindigd en een schadevergoeding toegekend.