ECLI:NL:RVS:2015:2132
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- J.C. Kranenburg
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit Schadeschap Schiphol en toekenning schadevergoeding aan appellant
Appellant verzocht om schadevergoeding wegens waardevermindering van zijn pand door de uitbreiding van de luchthaven Schiphol met een vijfde baan. De besliscommissie wees dit verzoek in eerste instantie af, waarna appellant bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde bij de rechtbank, die het beroep ongegrond verklaarde.
In hoger beroep oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak dat de besliscommissie onvoldoende had gemotiveerd waarom de waardevermindering van het achterste gedeelte van het pand niet voor vergoeding in aanmerking kwam. De Afdeling vernietigde het eerdere besluit en gaf opdracht tot nadere motivering of een nieuw besluit.
Naar aanleiding hiervan vroeg de besliscommissie advies aan de adviescommissie Mulder, die een waardevermindering van €52.200 vaststelde. Na aftrek van reeds toegekende €27.000 resteerde €25.200 voor het achterste deel, dat met rente werd toegekend. Appellant had geen bezwaren tegen dit besluit, waardoor het beroep daarop ongegrond werd verklaard.
De Afdeling veroordeelde de besliscommissie tot vergoeding van proceskosten aan appellant, maar wees een verzoek tot vergoeding van werkelijke rechtsbijstandkosten af wegens het forfaitaire karakter van het proceskostenstelsel. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
De uitspraak bevestigt het belang van een deugdelijke motivering van bestuursbesluiten en de mogelijkheid tot vergoeding van schade door bestuursorganen bij planologische nadelige gevolgen.
Uitkomst: Het beroep tegen het nieuwe besluit wordt ongegrond verklaard en een schadevergoeding van €25.200 plus rente wordt toegekend.