ECLI:NL:RVS:2015:2118
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake openbaarmaking reis- en verblijfdeclaraties voorzitter CIOMR onder Wob
Bij besluit van 14 mei 2012 wees de minister het verzoek van appellante om documenten op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) deels toe en deels af. Na bezwaar en een uitspraak van de rechtbank Den Haag die het bezwaar deels gegrond verklaarde, stelde appellante hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of de reis- en verblijfdeclaraties van de voorzitter van de Confédération Interalliée des Officiers Médicaux de Réserve (CIOMR) onder de Wob vallen als bestuurlijke aangelegenheid. De rechtbank had geoordeeld dat deze documenten geen betrekking hadden op een bestuurlijke aangelegenheid omdat de voorzitter geen ambt met publieke verantwoordelijkheid bekleedt.
De Afdeling oordeelde echter dat de term bestuurlijke aangelegenheid ruim moet worden uitgelegd en dat de declaraties wel degelijk betrekking hebben op het beleid van de minister, aangezien de minister op basis van deze declaraties beslist over uitkering van publieke middelen. Tevens werd geoordeeld dat de bezwaarprocedure niet onzorgvuldig was verlopen, ondanks dat de hoorzitting plaatsvond onder een voorzitter die onder verantwoordelijkheid van de minister viel, omdat appellante de mogelijkheid had geweigerd opnieuw te worden gehoord door een onafhankelijke voorzitter.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en de ministeriële besluiten van 24 januari en 21 oktober 2013, en bepaalde dat de minister een nieuw besluit moet nemen waarbij de weigeringsgrond inzake persoonlijke levenssfeer opnieuw moet worden afgewogen. Tevens werd bepaald dat tegen het nieuwe besluit alleen beroep bij de Afdeling kan worden ingesteld.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt de eerdere uitspraak en ministeriële besluiten en bepaalt dat de reis- en verblijfdeclaraties van de voorzitter van de CIOMR als bestuurlijke aangelegenheid onder de Wob vallen en deels openbaar moeten worden gemaakt.