ECLI:NL:RVS:2015:2114
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W. Sorgdrager
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen kosten bestuursdwang voor verkeerd aangeboden huishoudelijk afval
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 22 september 2014 spoedeisende bestuursdwang toegepast door het verwijderen van een doos die in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 was aangeboden. Het college heeft de kosten van €126,00 gedeeltelijk aan appellante toegerekend omdat haar naam en adres op de doos stonden.
Appellante betwist dat zij de overtreding heeft begaan en stelt dat de kosten niet geheel voor haar rekening behoren te komen, onder meer omdat het verwijderen van slechts één doos geen spoedeisend belang zou rechtvaardigen en de kosten hoger zijn dan de daadwerkelijke verwijderingskosten. De Afdeling bestuursrechtspraak overweegt dat het bewijsvermoeden geldt dat degene aan wie het afval kan worden herleid ook de overtreder is, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat dit niet zo is. Appellante heeft dit niet voldoende aannemelijk gemaakt.
Het college heeft het spoedeisende belang van directe verwijdering van verkeerd aangeboden huisvuil gemotiveerd en toegelicht dat de kosten bestaan uit diverse onderdelen, waaronder arbeidsloon voor toezichthouders en backoffice. De Afdeling vindt de motivering voldoende en ziet geen aanleiding om de kosten te matigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het kostenbesluit bestuursdwang wordt ongegrond verklaard.